Thuisopdracht 4: Jouw persoonlijke getuigenis

Doel

Bewustwording van wat God in jouw leven heeft gedaan en het effect daarvan in jouw leven.

Op de een of andere manier heeft God jouw hart verovert. Jij ben ervan overtuigd geraakt dat je een kind van God bent en Hij jouw Vader is. Wat een geweldige openbaring dat jij mag leven als een zoon of dochter van Hem (Rom. 8:16; Joh. 1:12)!

Wij profeteren als het ware als wij het getuigenis van Jezus in ons leven als een openbaring aan de buitenkant kenbaar maken (Opb. 19:10).

 

Wij leven vanuit deze geweldige openbaring. Het is Gods verlangen dat jij deze Bijbelse waarheid tot levende openbaring laat komen in de levens van mensen om je heen. Je mag de openbaringen uit Gods woord brengen vanuit jouw context. Zoals God jou gemaakt heeft, binnen de mogelijkheden die er op dat moment zijn. Die Bijbelse woorden brengen naar de ander, vanuit jouw persoonlijke verhaal of getuigenis.

 

Ikzelf haal vaak aan waarom ik mijn baan als politieagent heb opgezegd, wat God bij mij deed om deze stap te zetten en de liefde van Hem die Hij in mij liet groeien voor de ander. Vergelijk jezelf niet met een ander en kopieer zeker niet wat anderen doen! Ontdek waarin God jou uniek heeft gemaakt, wat binnen jouw mogelijkheden ligt om tot zegen te zijn.

 

Bijbels voorbeeld van een getuigenis van Paulus

In de Bijbel komen we enkele voorbeelden van een getuigenis tegen. Het bekendste is dat van Paulus voor Agrippa in Handelingen 26. Als je dat hoofdstuk doorleest, dan kom je de genoemde vier onderdelen van een getuigenis ook tegen:

Inleiding Handelingen 26:2-3
1. Hoe het was Handelingen 26:4‑11 Paulus’ eerdere leven: Opgegroeid als serieuze gelovige en vooraanstaande Joodse leider; vervolger van christenen.
2. Verandering Handelingen 26:12‑18 Paulus’ bekering en roeping door Christus: Reis naar Damascus, verschijning van Jezus en zijn roeping om het Evangelie bekend te maken en zijn acceptatie van Jezus’ boodschap.
3. Uitwerking Handelingen 26:19‑23 Paulus’ gehoorzaamheid aan Jezus’ roeping, de haat die het bij de Joden heeft opgewekt.
4. Uitnodiging Handelingen 26:26‑29 Aansluitend bij het begrip van Agrippa van het Joodse geloof: Paulus’ uitnodiging om in zijn voetsporen te treden.

 

Opdracht

Schrijf voor jezelf het volgende op, je kunt daarbij gebruik maken van de vier stappen zoals hierboven beschreven (Hoe was het, verandering, uitwerking en uitnodiging):

  • Wat heeft God in jouw leven gedaan of wat is er in jouw leven gebeurd, dat jij jezelf overgaf aan Jezus?
  • Waarom koos jij voor Jezus?
  • Hoe zag je oude leven eruit en hoe ziet je leven er nu uit?
  • Waarom is Jezus voor jou de oplossing?
  • Wat deed het met je leven?

Of

  • Welke gebeurtenis in je leven heeft je leven totaal veranderd?
  • Wat gebeurde er?
  • Wat is de verandering die er gekomen is?
  • Hoe heeft het jou veranderd en in beweging gezet?
  • Hoe kun je hiervanuit tot een zegen voor de ander zijn?

Of

  • Ieder ander voorbeeld dat je hebt meegemaakt en jou heeft geraakt en in beweging heeft gezet tot iets moois.

 

Gebruik de antwoorden hierboven om je eigen verhaal/getuigenis te schrijven, herschrijf het eventueel een paar keer. Neem je getuigenis mee naar de volgende training. Tijdens de volgende trainingsdag gaan we hier verder mee aan de slag.

 

Tips voor een persoonlijk getuigenis

Als je een getuigenis geeft, let dan op het volgende:

  1. Houd het vooral kort. Twee minuten is het maximum, maar vaak is ook dat nog te lang. Misschien heb je maar de kans om één keer iets te zeggen tegen bepaalde mensen. Zorg dat je het dan ook gezegd hebt! Als de aangesprokene meer wil weten, stelt hij wel vragen. Als de ander er genoeg van heeft, stop dan en dring niet verder aan. Bid om een volgende gelegenheid voor een getuigende ontmoeting.
  2. Vertel geen lange verhalen met veel details. Voor sommigen is het heel moeilijk om zich daarin te beheersen.
  3. Ga vooral niet preken. Ga niet het verlossingsplan uitleggen. Dat is misschien iets voor een andere gelegenheid.
  4. Stel je niet superieur op tegenover de ander. Val de ander niet aan op zijn uitgangspunten of manier van leven.
  5. Gebruik gewone taal en vooral geen geestelijk klinkende clichés, typisch kerkelijke taal of Bijbelse uitdrukkingen die vreemd zijn voor de ander.
  6. Bedenk dat je leven sterker spreekt dan je woorden. Als je met je getuigenis een ander beeld van jezelf neerzet dan wat anderen in je zien, wordt er niet naar je geluisterd.
  7. Getuigen is jouw taak, overtuigen doet de Heilige Geest. Probeer dus niet de ander van je gelijk te overtuigen. Let op: het kan moeilijk voor je zijn om dit NIET te doen! Voor je het weet kun je in discussies verzanden, die geen geestelijk resultaat opleveren.
  8. Vertrouw op de Heilige Geest, die in je woont en door je spreekt. Onderschat zijn kracht niet, ongeacht hoe de aangesprokene reageert.
  9. Als de ander fel tegen je getuigenis ingaat, kan het betekenen dat de boodschap juist goed is overgekomen. Laat je niet beïnvloeden door de reactie van de ander. Maar reageer vanuit de grootheid van God die over jou is, vanuit liefde.
  10. Wek niet de indruk dat het leven van een christen altijd op rolletjes gaat. Christengelovigen maken net als anderen moeilijke dingen mee, maar ze kunnen er wel beter mee omgaan en hebben een hoopvolle toekomst.
Terug