LOVE & IMPACT

Identiteit

Je handelt volgens je identiteit. Als ik bij mijn ouders kom, dan handel ik als een zoon. Ik mag zelf drinken uit de koelkast halen, een koekje uit de kast nemen of een kop koffie zetten. Zelfs als ze niet thuis zijn mag en kan ik binnenkomen, omdat ik een sleutel heb. Als ik bij jouw ouders binnenkom, dan zal ik niet in de keukenkastjes zoeken naar koekjes. Ik zal heel verlegen zijn en vriendelijk antwoorden met “ja mevrouw” of “nee mevrouw”. Waarom? Omdat ik bij jou thuis een vreemde ben. Je handelt volgens je identiteit. Daarom is identiteit zo belangrijk. Wat is onze identiteit in Christus?

Kind van God

Misschien wel één van de belangrijkste kenmerken van onze identiteit is dat we een kind van God zijn. God is onze Vader! Jezus verwijst een aantal keer naar God als Vader: zowel als Zijn eigen Vader (Mat. 7:21; 11:25; Joh. 20:17), maar ook als Vader van zijn discipelen (Mat. 5:16, 45, 48; Joh. 20:17). Wij zijn Gods kinderen en geliefd door de Vader. Als kind van je Vader krijg je een bepaalde autoriteit. Als je bezoek meeneemt naar je ouders, dan kan jij, in naam van je ouders, je bezoek iets te drinken aanbieden. Bij onze aardse ouders zijn er uiteraard grenzen, maar Gods liefde is veel groter. God houdt van deze wereld (Joh. 3:16), en wij mogen dat als Zijn geliefde kinderen verkondigen.

Rechtvaardig

Het begon allemaal toen God de mens schiep naar Zijn evenbeeld en gelijkenis, en Hij schiep de mens om heerschappij te voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel en over het vee, over de hele aarde en alles wat daarop rondkruipt (Gen. 1:26-27). Het was goed. Zeer goed zelfs. Maar op een bepaald moment was er iemand die roet in het eten gooide: de aartsvijand. Hij kwam en verleidde de mens en zei dat ze ‘als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad’ (zie Gen. 3:5). Ze gaven toe aan de Satan, en vanaf dat moment werd er een kloof geslagen tussen God en de mens. De mens had gezondigd, en zonde heeft geen plaats in Gods aanwezigheid. De mens werd uit de tuin gestuurd en moest vanaf dat moment zwoegen om te kunnen eten en kinderen te kunnen verwekken. Dat was niet de bedoeling. God had heerschappij voor ogen, door de zonde werden ze slaaf van de zonde. Omdat de mens niet meer met God door bv. de tuin kon wandelen, ontstond er al vrij snel een afstandelijkheid. De mens zocht God niet meer en je zou kunnen zeggen dat ze weinig moeite gedaan hebben om die kloof te dichten, maar dat lukte sowieso niet. Zelfs de tempel kon die kloof niet dichten. Telkens opnieuw waren er offers nodig, en telkens opnieuw moest men via een tussenpersoon tot God komen. Totdat er een “oplossing” kwam. God zelf had een oplossing voorzien: Jezus Christus, Zijn eigen Zoon. En door Jezus zijn we als gelovigen die IN Christus zijn, rechtvaardig verklaard (1 Kor. 6:11; 2 Kor. 5:21).

Nieuw, vernieuwen en sterven

Ja, we zijn rechtvaardig, maar er is ook een transformatie nodig. We moesten namelijk ook een nieuwe schepping worden. Het is door ons één zijn met Jezus dat we een nieuwe schepping geworden zijn en dat wil zeggen dat het oude voorbij is, het nieuwe gekomen is (2 Kor. 5:17). Het is wel een keuze, je moet namelijk de nieuwe mens aantrekken, en die nieuwe mens is naar Gods wil geschapen in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid (Ef. 4:24). Ja, we zijn nieuw, maar toch moet ons denken voortdurend vernieuwd worden (Ef. 4:23), elke dag, elk moment opnieuw. Onze gedachten zijn van nature niet God-aanbiddend, maar zelf-aanbiddend. Rom. 12:1 heeft het over onszelf ‘als een levend, heilig en God welgevallig offer in Zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst.’ En dus moeten we onszelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door onze gezindheid te vernieuwen (Rom. 12:2). Kies jij er vandaag voor om jouw leven te geven als een welgevallig offer voor God? Of kies je ervoor om voor jezelf te leven, jouw eigen leven te ‘aanbidden’? Deze beslissing begint in je denken: ik kies vandaag opnieuw voor God, Heer mijn leven behoort U toe.

 

Maar hier stopt het niet. Kiezen voor God, elke dag opnieuw, betekent dat je elke dag nog iets moet doen: sterven aan jezelf. Jezus zegt dat wie achter Hem aan wil komen, zichzelf moet verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Hem volgen (Luk. 9:23). Dat betekent dat je dagelijks ‘nee’ zegt tegen het vlees, tegen je eigen verlangens en plannen en dat je ‘ja’ zegt tegen God, de Geest, Zijn plannen en wil met jouw leven. Sterven aan onszelf is iets wat we dagelijks moeten doen, maar is ook iets wat door Christus gekomen is. “Dit weten we toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” (Rom. 6:6-7). We kunnen pas spreken over opstanding en vrijheid als de dood is voorgegaan. Het is zoals een zaadje: voordat het kan vrucht dragen, moet het sterven (Joh. 12:24).

We zijn met Christus gestorven en opgestaan, en een nieuwe schepping geworden. Toch moeten we elke dag vernieuwd worden in ons denken en sterven aan onszelf.

Ambassadeur

Een ambassadeur is iemand die in de naam van een koning ergens naartoe gaat. Waar die ambassadeur is, daar is de koning. Zo’n groot gezag heeft een ambassadeur, die de autoriteit gekregen heeft van de koning om te spreken en handelen in zijn naam. De koning kan een oproep doen voor iets door zijn ambassadeur ergens naartoe te sturen. Ook wij zijn ambassadeurs, en wel van de allergrootste Koning. En God doet door ons Zijn oproep! “Wij zijn dan gezanten namens Christus, alsof God zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen.” (2 Kor. 5:20). Dat betekent dat God jou en mij eropuit stuurt in Zijn Naam, met Zijn autoriteit en kracht. Als wij ergens binnenstappen om het Evangelie te brengen, is het alsof God zelf daar staat en de mensen oproept om zich met Hem te verzoenen.

Aanvaarding

We weten vaak wel met ons verstand dat we iets zijn zoals geliefd of rechtvaardig. Maar dat ook werkelijk aanvaarden is iets anders. Over het algemeen denk ik wel dat we ‘weten’ dat we een nieuwe schepping zijn en ambassadeur van Gods Koninkrijk. Maar aanvaarden we het ook? Weten we het in ons hart? Doorleven we het? Weet je dat je weet dat je weet dat God jou vrijgekocht heeft, en dat je in Christus een nieuwe schepping bent en dat God jou uitzendt om alle volkeren tot Zijn leerlingen te maken (Mat. 28:19)? Als je dat enkel weet in je hoofd, dan ga je toch nog steeds heel hard proberen om eerst en vooral een ‘goede christen’ te zijn. Daarna ga je jarenlang hard zwoegen om een klein beetje op Jezus te lijken, wat je uiteindelijk toch niet zal lukken. En uiteindelijk ga je dan maar je blijdschap ergens anders zoeken, omdat het bij God op die manier niet te vinden is.

Conclusie

Als we ons niet bewust zijn van onze identiteit in Christus, zullen we ons door de vijand laten misleiden. Als hij in ons oor fluistert dat we het niet waard zijn om het Evangelie te verkondigen, zal ons dat weerhouden. En wat voor zin heeft het ook als God toch niet van de mensen houdt? Als we onszelf geen ‘goede christen’ vinden, hoe zou ik dan iemand over die liefdevolle God kunnen vertellen?

Maar als ik mij bewust ben van het feit dat God mij liefheeft en mij nieuw gemaakt heeft door het bloed van het Lam, dan mag ik vrijmoedig voor God staan, en samen met Hem uitstappen en het Goede Nieuws brengen. Als ik besef dat ik een ambassadeur van God en Zijn Koninkrijk ben, dan mag ik in de kracht en autoriteit van onze Grote Koning mensen over Hem vertellen, en mag ik weten dat Hij mij nooit alleen zal laten.

Je handelt vanuit je identiteit: rechtvaardig, geliefd, ambassadeur en een nieuwe schepping! Laten we van daaruit gaan handelen en wandelen.