God werkt als je het niet verwacht

Vanmiddag kwam ik terug van mijn rondje hardlopen en was nog aan het uithijgen daarvan. Ik voelde de pijn in mijn benen van de 20 km die ik zojuist had afgelegd. Ik strompelde rustig richting huis toen ik een vrouw zag lopen met krukken.

Ik kreeg de indruk om voor haar te gaan bidden en vroeg God om bevestiging. Niet dat ik niet meteen op haar af kon gaan, maar ik wilde het eerst nog even verifiëren bij de Vader.

Toen de aandrang om haar aan te spreken aanhield, stapte ik op de vrouw af. Het was een oudere vrouw die langs een jonge jongen liep. Vermoedelijk haar zoon. Toen ik dichterbij kwam, herkende ik de vrouw als de oude onverzorgde vrouw uit de buurt, die altijd stokoude kleren droeg en waarvan ik het altijd zielig voor haar kind vond dat ze er zo ouderwets uitzag. Ik dacht dan vaak bij mezelf: “Je zou maar zo’n moeder hebben …”
Ik sprak de vrouw aan, maakte een praatje en vroeg haar waarom ze met krukken liep. Ze vertelde het hele verhaal. Ze was gevallen met de fiets en had op 4 plaatsen haar voet gebroken. De artsen wisten er niet goed raad mee. De spalken waren er al af en nu moest ze revalideren. Ze kon erg moeilijk lopen en daarom liep ze met twee krukken.

Toen ik zo met de vrouw in gesprek was, stroomde de liefdevolle warmte van God zo hevig door mij heen dat ik bijna in tranen uitbarstte. Ik keek de vrouw aan en voelde de liefde van Jezus zo sterk voor haar dat ik mijn tranen bijna niet kon bedwingen. Zonder ook maar iets over God te vertellen vroeg ik aan de vrouw of ik voor haar mocht bidden. Dat was goed. Ik legde mijn handen op haar pijnlijke voet en sprak genezing uit over de voet van de vrouw. Vervolgens vroeg ik haar of ze wilde testen of het al genezen was. Ze zetten een paar passen, keek verbaasd op en weer neer en liep zo verder. Ik vroeg haar hoe het nu was, waarop ze zei: “Het is beter.” Ik was aan de voorzichtige kant en dacht: nou als het 20% beter is, is het al mooi. Dus vroeg ik haar: “Hoeveel is het dan beter?” Ze zei: “Nou eigenlijk bijna helemaal beter.” Met een verbaasd gezicht. Als je het gezicht van mijn ziel had gezien, was deze op zijn minst net zo verbaasd als die van deze vrouw. Ik bad vervolgens nog een keer voor haar voet en vroeg om haar krukken. Deze gaf ze aan mij en voorzichtig liep ze verder ZONDER krukken. Ik voeg: “Hoe is het nu?” “Het is helemaal weg, ik kan gewoon goed lopen zonder pijn, alleen is het nog stram.” De vrouw was helemaal blij. Ik vertelde in het kort dat het God was Die dit deed omdat Hij zoveel van haar hield. Ze vertelde mij dat ze er zelf ook al voor gebeden had, maar dat er niets was gebeurd. Zoals nu wel degelijk het geval was. De zoon die al was doorgelopen en op de bus stond te wachten, riep vanaf de overkant van de straat, vanwaar hij het vermoedelijk allemaal zag gebeuren: “Bedankt hè, meneer!” Ik liep vol blijdschap en toch een beetje overdonderd verder naar huis. Ik moest denken aan 2 Korinthe 5 waardoor ik als in een spiegel naar mezelf keek. Daar staat dat we niemand meer moeten aanzien naar zijn oude mens. Wat had ik veroordelende gedachten over de vrouw gehad in het verleden. Terwijl ik haar niet eens kende!

Ik mocht die middag even met de ogen van Jezus kijken. Ik stapte uit, waardoor ik een beeld van Jezus mocht laten zien. Maar wat raakte het mij, hoe Jezus keek naar haar. Zo vol liefde!
Ik bid dat 2 Korinthe 5 meer en meer gestalte in mij mag krijgen, zodat ik zal kijken en handelen zoals ik bedoeld ben. Zoals Jezus deed.